Progressieve Supranucleaire Paralyse (PSP) is een vorm van Parkinsonisme waarbij verlamming optreedt. De verlamming begint in het gebied dat de oogbewegingen regelt. Ook kunnen patiënten problemen krijgen met praten, slikken en lopen en kan er dementie ontstaan. PSP begint meestal na het 40e levensjaar en komt voor bij 1 op de 1000 mensen. De ziekteverschijnselen worden erger naarmate de patiënt langer ziek is en patiënten overlijden gemiddeld na zes jaar.
Op dit moment is er geen geneesmiddel voor deze ziekte beschikbaar. Dankzij onderzoek, gesteund door het Prinses Beatrix Fonds, is het achterhalen van de oorzaak nu een stap dichterbij gekomen.
Onderzoekers van het Erasmus Medisch Centrum hebben, in samenwerking met internationale onderzoeksgroepen, een studie gedaan naar genetische afwijkingen bij PSP. Het doel van deze studie was om erfelijke factoren te vinden die de kans op het krijgen van deze ziekte verhogen. Het onderzoek is verricht onder 2.000 PSP patiënten en een controle groep van 7.000 gezonde mensen. De onderzoekers hebben diverse nieuwe genen gevonden die invloed lijken te hebben op het krijgen van PSP. Met deze kennis kan gerichter gezocht worden naar de oorzaak van de ziekte en daarmee ook naar potentiele behandelingsmethoden.
De resultaten van dit onderzoek zijn vorige maand gepubliceerd in het toonaangevend wetenschappelijke tijdschrift Nature Genetics.
2011
december
november
oktober
september
augustus
juli
juni
mei
april
maart
februari
januari
2010
december
november
oktober
september
augustus
juli
juni
mei
april
maart
februari
januari
2009
december
november
oktober
september
augustus